Moeten christenen de boze liefhebben?

 

Er wordt ons verteld door sommige kerken en door wereldse publicaties, dat christenen iedereen moeten liefhebben, in het bijzonder diegenen die "minder gefortuneerd zijn dan wij". Heel vaak rekenen wij tot deze minder gefortuneerde groep niet alleen de armen en gehandicapten, maar ook criminelen en gedegenereerden en zelfs vijanden van christenen. Er wordt ons verteld dat ongeacht hoe de persoon is, of wat hij gedaan heeft, wij hem moeten liefhebben. Is dit een bijbelse opvatting of wordt christenen een onchristelijk advies gegeven over dit belangrijke onderwerp? Neem jullie bijbels en volg me als we de vraag beantwoorden, "Moeten christenen de boze liefhebben?"

Het meest gebruikelijke antwoord op die vraag zou tegenwoordig zijn: "Ja, christenen worden verondersteld iedereen lief te hebben." Indien gevraagd wordt naar de autoriteit achter dit gebod zouden de meesten, de Bijbel noemen, of ze zouden misschien Jezus Christus zeggen. Sommigen staan erop dat we niet alleen christenen zijn om iedereen lief te hebben, maar dat we iedereen moeten helpen, zelfs die volken of naties die onze christenbroeders hebben gedood. Om dat te rechtvaardigen zullen ze ROMEINEN 12:20 citeren: ”Indien dan uw vijand hongert, zo spijzigt hem.” Met die woorden of andere daaraan gelijk, hebben duizenden christenen onwetend ingestemd, terwijl miljoenen tonnen van ons graan naar communistische regeringen werden verscheept. Veel van dat graan is omgezet in alcohol voor raketbrandstof, maar de meeste christenen weten dat niet. Zij denken dat het is om de mensen te voeden.

De laatste jaren, waarin onze economische situatie verslechtert en steeds meer mensen werkloos zijn, is er een toenemende weerstand tegen ontwikkelingshulp, speciaal voor communistische landen. Echter veel predikanten of evangelisten zullen voor hulp aan communistische landen pleiten door dit bijbelvers te citeren. Sommigen zullen zich zelfs verzetten tegen de bewapening om onze natie tegen vijanden te verdedigen, en de bewapening van onze burgers voor zelfverdediging, door een deel van vers 17 van hetzelfde hoofdstuk te citeren: "Vergeldt niemand kwaad voor kwaad," en op de koop toe zullen ze erbij zeggen, “We moeten onze naaste liefhebben gelijk onszelf.”

Is dit een bijbelse leer, dat we de misdadiger, de gedegenereerde, en zelfs diegenen die ons zouden willen vernietigen moeten liefhebben, vergeven en helpen, of zijn wij christenen misleid door verkeerd gebruik of een verkeerde leer van deze passages? Neem je Bijbel en we gaan op deze en andere passages meer gedetailleerd in om vast te stellen wat we moeten doen en hoe we moeten handelen tegenover de boze en de vijanden van het christendom, omdat dit onderwerp zo belangrijk is voor toekomstige acties en welzijn van christenen en van deze natie.

Sla met mij MATTHÉÜS 6 op. Dit is in de “Bergrede” van Jezus en wordt soms gebruikt om christenen ervan te overtuigen dat zij de boosdoener onder alle omstandigheden moeten vergeven. Jezus zegt, in MATTHÉÜS 6:14-15: "Want indien gij den mensen hun misdaden vergeeft, zo zal ook uw hemelse Vader ook u vergeven. Maar indien gij den mensen hun misdaden niet vergeeft, zo zal ook uw Vader uw misdaden niet vergeven." Zonder nadere verklaring schijnt dit te betekenen dat, voordat christenen enige genade en vergeving van God kunnen krijgen, zij eerst alle anderen al hun zonden moeten vergeven. Als dat al niet genoeg is wordt soms LUKAS 17:3-4 geciteerd, om ons te overtuigen dat je meer dan ééns moet vergeven. "Wacht uzelven En indien uw broeder tegen u zondigt, zo bestraft hem; en indien het hem leed is, zo vergeef het hem. En indien hij zevenmaal daags tot u zondigt, en zevenmaal daags tot u wederkeert, zeggende: Het is mij leed; zo zult gij het hem vergeven."

Als dat aantal verzoeken nog niet genoeg is om te vergeven dan kunnen ze MATTHÉÜS 18:21-22 citeren: "Toen kwam Petrus tot Hem, en zeide: Heere! hoe menigmaal zal mijn broeder tegen mij zondigen, en ik hem vergeven! Tot zevenmaal? Jezus zeide tot hem: Ik zeg u, niet tot zevenmaal, maar tot zeventigmaal zevenmaal." Liberale kerkmensen en schrijvers zeggen in wereldse publicaties: “Zie, christenen worden verondersteld keer op keer te vergeven.” Echter ze missen de kern van het gebod, namelijk, wie de christen moet vergeven en ze negeren volledig dat vergiffenis alleen vereist is als bepaalde specifieke omstandigheden overheersen. Laat ons deze passages meer in detail onderzoeken en er achter komen wat Jezus leerde. Ik denk dat het heel veel verschilt van dat wat de liberale kerken en onze wereldse propagandisten daarvan zeggen.

De persoon die je moet vergeven is geïdentificeerd in LUKAS 17:3 in Jezus’ eigen woorden: "En indien uw broeder tegen u zondigt" en even later zegt Hij: "Vergeef het hem." De persoon, die het onderwerp is van de vraag van Petrus in MATTHÉÜS 18:21 is juist daar in die vraag voor allen te zien. "Heere! hoe menigmaal zal mijn broeder tegen mij zondigen, en ik hem vergeven?"

Zowel Jezus als Petrus spraken over andere christen broeders, niet over niet-christenen. Het woord “broeder” wordt in het Nieuwe Testament bijna 100 keer gebruikt. En behalve in dat geval waarin over fysieke broeders wordt gesproken (als zonen van dezelfde moeder), betekent het altijd gelovigen in Christus Jezus. Die predikanten en onze vijanden, die claimen dat Jezus leerde dat christenen niet gelovigen hun overtredingen moeten vergeven, leren dwaalleer. Behalve in deze passages, waarin nabije bloedverwanten worden bedoeld, betekenen de woorden "broeder" en "broeders" in het Nieuwe Testament altijd, volgelingen van Jezus Christus. Ze zijn niet van toepassing op niet-christenen. Bovendien zijn deze passages geen alles omvattend gebod om altijd en onder alle omstandigheden onze christen broeders te vergeven. Er is iets gesteld oftewel inbegrepen in beide passages waaraan die broeder moet voldoen, en dat woord is "Berouw"! hebben! Jezus zei van deze broeder: "indien het hem leed is, zo vergeef het hem." (LUKAS 17:3). In vers 4, zei Jezus, dat als de broeder zeven keer per dag zei, Ik heb berouw; dat de christen hem dan zeven maal moest vergeven. Jezus leerde zulke onzin niet, dat als iemand zondigt tegen jou, jij hem moet vergeven. Hij sprak alleen van mede christenen en vergeving was alleen geboden als de boosdoener berouw had van zijn zonden tegenover jou. In Matthéüs 18 gebruikt Jezus het woord “berouw” niet als antwoord op Petrus zijn vraag. Echter, het is duidelijk gezegd in Zijn leer, die aan de vraag vooraf ging en die Petrus aanspoorden. De drie verzen, die tot de vraag aanzette zijn 15-17. Lees ze met mij, en dan heb ik een vraag voor je. Vers 15: "Maar indien uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga heen en bestraf hem tussen u en hem alleen; indien hij u hoort, zo hebt gij uw broeder gewonnen." (MATTHÉÜS 18:15). Dit is een instructie voor een fout behandelde christen, echter maakt deze duidelijk dat de overtreder hier ook een christenbroeder is. Dan zegt Jezus: "Maar indien hij u niet hoort, zo neem nog een of twee met u; opdat in den mond van twee of drie getuigen alle woord besta." (MATTHÉÜS 18:16). Daar Jezus de zin “bestraf hem” gebruikt, is het zeker, dat Hij wil zeggen dat de andere broeder fout is. Daarom, als Hij de zin gebruikt: ”als hij u niet hoort” bedoelt Hij kennelijk dat hij zijn fout niet wil toegeven, en zich bekeert, zelfs als Jezus het woord “bekeert” niet gebruikt. Nadat je naar je christenbroeder gegaan bent, met een of twee getuigen, zonder dat dit resulteert in erkenning van het verkeerd doen en bekering teweeg brengt, beveelt Jezus in vers 17 "En indien hij denzelven geen gehoor geeft; zo zeg het der gemeente,. en indien hij ook der gemeente geen gehoor geeft," -vergeef hem dan toch, want al met al ben je een christen. Oh, oh Jezus zei dit niet, of wel? Nee! Jezus zei als deze christen broeder, die jou heeft benadeeld, zijn fout niet inziet en boete doet, zelfs nadat het aan de gemeente is medegedeeld, "dan zij hij u als de heiden en de tollenaar" (MATTHÉÜS 18:17).

Is dat niet iets? Er wordt ons door alles en iedereen verteld, dat christenen alles en iedereen moeten vergeven met betrekking tot zonden en overtredingen tegen ons, toch vertelt Jezus ons dat we zelfs een christenbroeder niet hoeven te vergeven, als hij weigert zich te bekeren van zijn onrecht.

Zeker hebben we niet meer verantwoordelijkheid om de zonden van onboetvaardige niet-christenen te vergeten en vergeven, evenmin de zonden van een onboetvaardige christen. Paulus gebruikt een sterker woord dan heiden in zijn brief aan Titus, een woord dat we zelden horen in het moderne christendom. TITUS 3:10-11: "Verwerp een kettersen mens na de eerste en tweede vermaning; Wetende, dat de zodanige verkeerd is, en zondigt, zijnde bij zichzelf veroordeeld." En natuurlijk de bekende passage in 2 KORINTHE 6:14-18 die als volgt begint: "Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen; want wat mededeel heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid, en wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis?" In vers 15 worden ongelovigen infideel genoemd, een ander woord, dat je tegenwoordig zelden hoort, hoewel ons land er vol van is.

We hebben slechts een paar van de schriften uit het Nieuwe Testament aangehaald waarin ons wordt bevolen geen gemeenschap of omgang te hebben met ketters, de ongelovige en de anti-christenen. Desondanks wordt er in het algemeen in veel kerken en door veel evangelisten geleerd dat wij christenen niet moeten spreken of opstaan tegen ongelovigen en ook moeten vermijden in verwikkeling te geraken met ongelovigen. In plaats daarvan moeten we ze lief hebben en vergeven, als ze zondigen tegen christenen en we moeten ze zelfs helpen met hun zondige werken. Dringt het tot jou door, wat deze foute doctrine; iedereen lief te hebben en onboetvaardige zondaars te vergeven, ons heeft aangedaan? Het heeft ons tolerant gemaakt voor alle soorten kwaad van boosdoeners. In plaats daarvan zouden we moeten handelen als onze christelijke voorvaders die geen openlijke en onboetvaardige zonden en boosaardigheden zouden tolereren in de gemeenschap en die in plaats daarvan de boos-doeners straften, of onboetvaardige zondaars uit de gemeenschap verdreven, zodat ze christenen niet konden verongelijken en vernietigen. Wij zijn erop ingesteld niet te reageren op schaamteloze zonden. Wij laten het ons welgevallen en vergoelijken alle soorten van zonden en zondaars in onze omgeving, in onze steden, onze staten en onze natie, omdat we ertoe verleid zijn te denken dat uitroeien en verbannen van zondige en boosaardige mensen uit het land eigenlijk iets is wat christenen niet moeten doen. We zijn ertoe verleid te denken dat we ze moeten liefhebben en vergeven, in plaats van ze te haten en weg te voeren, en alle andere onzin, die ervan komt door de ware leer van Jezus Christus niet te begrijpen. Onze natie wordt vernietigd door gebrek aan kennis: door gebrek aan kennis van wat 'waar' christendom werkelijk is.

In de laatste 20 jaar heeft in deze natie (en speciaal in de laatste 10 jaar) een aantal predikanten de roeping op zich genomen om “het volk terug te keren naar God.” Ze roepen op tegen abortus, tegen pornografie, smerige films, enzovoorts. Christenen reageren met miljoenen tegelijk, op zoek naar antwoorden op onze groeiende problemen van zonde en boosaardigheid in het land. Wat gebeurt er? Wel, praktisch niets. Want hoewel de predikanten dan meer geld hebben om meer op televisie en radiostations te komen om uit te varen tegen de zonde, laten ze onze christelijke luisteraars nog steeds achter met de foute doctrine, dat zij, de christenen, geen fysieke actie moeten ondernemen tegen de slechten; maar dat ze in plaats daarvan alleen moeten prediken en hopen dat ze zich beteren. Een leuze die steeds weer gebruikt wordt is; “we moeten de zonde haten, maar de zondaar liefhebben.”

Onze christelijke voorouders van de vorige eeuwen gehoorzaamden het ware evangelie van Jezus Christus. Ze hadden hun broeders lief, hun christelijke broeders, maar niet de boosaardige niet-christenen, en ze verhinderden de antichristenen en de ongelovigen om hun land en hun mensen te ontwijden. Rond 1600, toen de eerste christenen zich vestigden op dit continent stonden ze, niet-christenen, zelfs niet toe in hun kolonies te leven. Mannen en vrouwen, die boze daden begingen tegen de mensen, werden gestraft en als ze zich niet bekeerden en hun boze wandel verbeterden dan werden ze verdreven, verbannen, vervloekt door de christelijke gemeenschap (ecclesia) en werd hun gezegd niet terug te komen. Zelfs in deze eeuw, tot minder dan 60 jaar geleden, was het een normaal gebruik voor de wetgevende autoriteiten in een gemeenschap om inderdaad misdadigers en bekende overtreders op te pakken en ze naar de stadsgrens te begeleiden en ze te vertellen weg te gaan. Ik weet zelf dat dit in vele steden werd gedaan lang na de 2e wereldoorlog. Waren deze autoriteiten op een of andere manier boosaardig door deze dingen te doen? Nee! Ze beschermden hun kinderen tegen kwaad door niet met antichristenen, moordenaars, dieven, homoseksuelen en verkrachters in aanraking te komen. Dezelfde voorouders van ons voerden Gods Wetten aan voor de bestraffing van overtreders, executeerden moordenaars, verkrachters en bestraften degenen die de moraal van hun kinderen wilden vernietigen.

Slechts 30 jaar geleden was het gebruikelijk te horen, dat iemand werd gearresteerd voor "aantasting van de moraal van een minderjarige." Wie hoort er vandaag de dag ooit van een dergelijke aanklacht? In plaats daarvan hebben drugs-pushers, drukkers en verkopers van pornografie, vervaardigers van smerige films, perversie en godslasteraars de vrije hand. Ze vervuilen ieder jaar de geest van miljoenen van onze kinderen, vernietigen hun moraal en hun levens, alles zonder bestraffing. Als de christenen werkelijk opgewonden raken en iets willen doen, komen de geestelijkheid en de propagandisten erbij om ons er aan te herinneren, dat christenen per slot van rekening niet mogen oordelen. Christenen moeten de zonde haten, maar de zondaar liefhebben. En christenen moeten vergeven en vergeten. Dus de bozen varen er wel bij. De waarheid is in de straat gevallen, en het kwaad regeert het land. Wij geven de criminelen en de boosaardigen de schuld, maar wie heeft werkelijk de schuld? Zijn het niet de christenen, die afstand hebben gedaan van hun plichten tegenover Jezus, hun land, en hun kinderen? Tenslotte zijn het de christenen, die een licht in de wereld behoren te zijn, niet de niet-christenen. Het zijn de christenen, die hun maatschappij moeten grondvesten, zodat het als een lamp op een heuvel zou kunnen zijn, zodat alle mensen er naar zouden kunnen zoeken. Het zijn de christenen, die Gods getuigen moeten zijn voor Zijn gerechtigheid en onveranderbare Wetten. Nergens in Gods Heilige Woord geeft God de heidenen de opdracht een rechtvaardige natie te grondvesten. Ten alle tijden is Zijn Woord gericht aan de gelovige, de volger van Jezus Christus.

Ik weet dat het een menselijke neiging is iemand anders van onze problemen de schuld te geven. Jullie vrouwen, weten hoe wij, mannen zo makkelijk de schuld op onze vrouwen schuiven voor problemen thuis. Dat is een trekje van mensen. Echter het moet geen christelijk trekje zijn. Onze voorouders namen hun christelijke verantwoordelijkheden en legden een christelijk fundament voor dit door Godgezegende land. Nu hebben we afstand genomen van onze verantwoordelijkheden. We hebben zelfs ons land overgegeven aan de goddelozen en hun manier van handelen, in plaats van erop te staan dat deze natie Jezus Christus en Zijn Wegen volgt. Ja, wij christenen zijn de schuld van onze droevige en hachelijke staat. En als wij de schuld hebben van onze huidige toestand, dan moeten wij ons misschien bekeren van onze fouten, en onze wegen beteren en Jezus Christus gehoorzamen. Misschien moeten we onze christelijke verantwoordelijkheid weer aanvaarden en bidden en werken zoals onze voorouders baden en werkten, en geloofden dat we een christelijke natie moesten zijn; een licht voor andere naties in de wereld. Dit licht gaat snel uit, het moet opnieuw aangewakkerd worden, anders wordt de hele wereld overspoeld door duisternis. We kunnen het niet aansteken, tenzij we ons geheel tot Jezus Christus keren.

Voordat we verder gaan met wat onze relatie tot de boze is, wil ik eerst een paar schriften uit het Nieuwe Testament voorlezen, waarin het woord “broeder” wordt gebruikt. Dit is speciaal voor nieuwe christenen, die misschien nog steeds denken dat hun "broeder" hun medemens is, meer dan hun mede christen. Er zijn vele van deze schriften in het Nieuwe Testament. Jezus gebruikte “broeders” (het meervoud van broeder) in MATTHÉÜS 12, toen Hij de vraag stelde: "Wie is Mijn moeder en wie zijn Mijn broeders?" Zijn antwoord was, wijzend naar Zijn discipelen en te zeggen; “Ziet, Mijn moeder en Mijn broeders. Want zo wie den wil Mijns Vaders doet, Die in de hemelen is, dezelve is Mijn broeder, en zuster, en moeder.Dat zijn in MATTHÉÜS 12:48-50 en is herhaald in MARKUS 3:33-35. In HANDELINGEN 9:17 en 22:13, vinden we dat Saul, een vervolger van christenen, “broeder” Saul genoemd werd, onmiddellijk na zijn bekering. In ROMEINEN 14 wordt het woord "broeder" 5 keer gebruikt met betrekking tot een mede gelovige. In 1 KORINTHE 1:1 verwijst Paulus naar een mede christen werker als "Sósthenes onze broeder". In 2 KORINTHE 1:1 schrijft Paulus over Timótheüs, “onze broeder". Timótheüs was geen bloedverwant van Paulus. Net zoals Sósthenes was Timótheüs een mede gelovige in Jezus. In 2 KORINTHE  2:13 noemt Paulus, Titus, “mijn broeder”. Weer betekent het woord “broeder”, “mede christen". In 2 KORINTHE 8:18 schrijft Paulus over een niet genoemde persoon op de volgende manier:"En wij hebben ook met hem gezonden den broeder, die lof heeft in het Evangelie door al de Gemeenten." Geen ander identificatie van deze man behalve dat hij een broeder was. Waarom was hij een broeder? Vanwege lof voor zijn evangeliewerk. Hij was een gelovige christen. In vers 23 gebruikt Paulus de term "broeders". Zoals op alle andere plaatsen in het Nieuwe Testament verwijst het naar mede gelovigen. "Broeder" en "broeders" zijn talloze malen gebruikt in het Nieuwe Testament. Sommige zullen we later lezen als we het gebod, je broeder liefhebben, bespreken. Je zou het woord "broeder" in je concordantie moeten opzoeken en lees dan de verwijzingen eens. Het woord “broeder” wordt maar in twee gevallen gebruikt. Een werkelijke "bloedbroeder" en een medechristen.

Nooit, nooit wordt het gebruikt in het Nieuwe Testament om een niet-christen aan te duiden. Laat niemand je voor de gek houden door je te vertellen dat niet christenen, broeders zijn van christenen. De Bijbel leert dat helemaal niet.

Sommigen zullen vragen, "Maar pastor Emry, zijn wij christenen niet bevolen onze naaste lief te hebben gelijk onszelf?" Het antwoord is "Ja, dat zijn we." Echter, wie is onze naaste? Wel, ook dat is duidelijk gemaakt in het Nieuwe Testament en we zullen dat later lezen, zo God wil. We zullen erachter komen dat, net zoals niet iedereen onze broeder is, ook niet iedereen onze naaste is. Zelfs als hij naast ons huis woont, of in ons buurland

Naaste

De Heilige Schrift van God zegt tot christenen dat zij hun naaste moeten liefhebben gelijk henzelf. Jezus gaf dit als bevel in MATTHÉÜS 19:19 en MATTHÉÜS 22:39, en zowel Paulus als Jakobus herhaalden dit in hun brieven. Maar betekent dit gebod werkelijk dat de christenen diegenen moeten liefhebben, waarop de bijbelse omschrijving van de boze van toepassing is? Moeten ze onboetvaardige zondaars liefhebben die voortdurend zonden en boosaardigheden begaan? Het antwoord is, "NEE!", christenen zijn bevolen zoiets niet te doen.

In feite is vergiffenis alleen bevolen als de broeder zich van zijn fouten bekeert. In plaats daarvan is het tegenwoordig zo, wanneer christelijke mensen zich uitspreken tegen zonde en onrecht in het land en voorstellen dat de misdadiger gestraft moet worden, wordt hen gezegd: “Oh, Je zou dat niet zo moeten voelen, tenslotte,zijn jullie christenen, jullie moeten liefhebben en vergeven”. Dan zullen ze er iets tussen gooien over, uw naaste liefhebben als uw zelf, en de christenen schamen zich in stilte, alsof zij de overtreder waren in plaats van de misdadiger. Hoewel de meeste van hen weten dat God de Almachtige, in Zijn Wet, zijn volk beval om moordenaars en verkrachters te executeren en van dieven tweevoudige tot vijfvoudige vergoeding te eisen niet aan de overheid als boete, maar in geld en goederen, aan het slachtoffer. Deze, 'heb lief en vergeef' filosofie, die is binnengedrongen in de geesten van de meeste christenen, verhinderd hun zich uit te spreken vóór gehoorzaamheid aan Gods Wetten. Ze zijn er meer op ingesteld te reageren volgens de liefde filosofie, dan naar de bijbelse wet.

Zo direct zullen we gaan kijken naar wie onze "naaste" is en wie we verondersteld worden lief te hebben gelijk onszelf. Misschien kunnen we er zelfs achter komen wie onze bijbelse naaste is; hij zou wel eens niet zomaar, iedereen kunnen zijn. Misschien slaat zoals het woord "broeder", het woord "naaste" alleen maar op bepaalde mensen.

Ik heb een artikel dat meerdere jaren geleden gepubliceerd werd in een krant in Arizona: "Oog om oog, leven om leven" Het werd geschreven na een reeks interviews met familieleden van mensen die in Arizona vermoord waren. De schrijver was iets wat verbaasd te zien dat bijna alle familieleden van de slachtoffers wilden dat de moordenaars gedood werden. De propaganda tegen de doodstraf schijnt voor het grootste deel van het volk meestal te werken, maar als een geliefde gedood is, gaat de propaganda het putje in en willen de overlevende zien dat de moordenaar wordt geëxecuteerd. In sommige gevallen zeggen ze, dat ze met genoegen zelf de moordenaar willen doodschieten of de schakelaar om willen zetten om hem te elektrificeren of om wat dan ook te doen om hem te doden. Een vrouw waarvan haar enige dochter was verkracht en daarna vermoord, zei (citaat), "Ik denk dat ze heel zeker de doodstraf moeten opleggen. De Wetten zijn veel te lang te tolerant geweest. Iedereen die tegen de doodstraf is zou in onze schoenen moeten staan."

Anderen uiten gelijke gevoelens. We hebben dit tamelijk lange krantenartikel opnieuw afgedrukt en aan het eind, 37 verzen uit 7 verschillende hoofdstukken van de bijbelse wetboeken toegevoegd. die de doodstraf als wet, voor Gods volk instelt. Ik sprak onlangs met een O.M. advocaat in een andere staat, die de jury Gods Wetten over de executie van moordenaars voorlas. Nadat ze de man schuldig hadden bevonden, bevolen ze de rechter dat de man ter dood zou moeten worden veroordeeld, wat de rechter toen deed. Die O.M. advocaat vertelde me dat hij geloofde dat het voorlezen van de bijbelse wet door hem aan de jury, leidde tot de doodstraf. Het is waar dat ondanks propaganda voor het tegendeel veel van onze mensen zowel in de regering als daarbuiten willen dat de bijbelse Wet gehoorzaamd wordt.

Oké, en wat dan over het liefhebben van je naaste zoals jezelf? Sla op MATTHÉÜS 19 en we zullen deze passage en andere over onze naaste lezen om achter twee dingen te komen. Ten eerste: Hoe vervullen we het gebod onze naaste lief te hebben gelijk onszelf? En ten tweede: Wie is eigenlijk onze naaste volgens deze schrift? In MATTHÉÜS 19 kwam een man naar Jezus en vroeg in vers 16: "Goede Meester! wat zal ik goeds doen, opdat ik het eeuwige leven hebbe?" Een deel van Jezus’ antwoord was: "Doch wilt gij in het leven ingaan, onderhoud de geboden" De man vroeg toen: "Welke?" waarop Jezus antwoordde: "Gij zult niet doden; gij zult geen overspel doen; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; Eer uw vader en uw moeder; en: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven."

De meeste christenen herkennen de eerste vijf van deze als het zesde, zevende, achtste, negende en vijfde gebod in die volgorde. Maar velen denken dat de laatste.uitdrukking: "Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven" een toevoeging van Jezus was. Dat is niet zo, hij komt uit de oorspronkelijke tien geboden in het Oude Testament, en ik zal je dat zo duidelijk maken. Ga naar MATTHÉÜS 22, want hier legde Jezus meer nadruk op het gebod, je naaste lief te hebben, klaarblijkelijk zelfs belangrijker dan de zes laatste van de originele 10 geboden. Hier in vers 36 van MATTHÉÜS 22, werd Jezus gevraagd: "Meester! welk is het grote gebod in de wet?" Jezus antwoordde: "Gij zult liefhbben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod." (MATTHÉÜS 22:37-38). Echter stopte Jezus daar niet, maar ging direct verder: "En het tweede, aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten" (MATTHÉÜS 22:39-40).

Om ons te helpen te begrijpen wat Jezus daarmee bedoelde, omdat het schijnt dat er maar twee geboden zijn in plaats van tien, gaan we naar de Tien Geboden in ÉODUS 20. Je zult zien, dat de Tien Geboden uit twee verschillende soorten bestaan. De eerste gaan over de relatie van de mensen met God en de laatste zes bepalen de relaties tussen mensen. De eerste vier zijn: Nr.1) Geen andere goden; Nr.2) Geen aanbidding van gesneden beelden; Nr.3) Gebruik Gods Naam niet ijdel; en Nr. 4) Gedenk de sabbat, dat gij dien heiligt. Deze vier hebben te doen met God en mensen. Nr.5) "Eer uw vader en uw moeder" Nr.6) "Gij zult niet doodslaan" wat Jezus overigens aanhaalde als: "gij zult niet doden” (MATTHÉÜS 19:18), wat juister is, Nr.7) "Gij zult geen valse getuigenis spreken TEGEN UW NAASTE.", en Nr.10) "Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets dat uws naasten is."

Nu, door deze Tien Geboden te lezen kunnen we zien, dat Jezus maar twee geboden gegeven heeft, Hij heeft werkelijk alle Tien Geboden samengevat in deze twee uitspraken. De eerste vier geboden geven de juiste relatie tussen God en de mensen weer, hij somde op door te zeggen: "Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand." Als een mens al deze dingen zou doen zou hij zeker niet enige andere goden hebben, noch beelden snijden, noch Gods naam ijdel gebruiken, noch Gods sabbat ontwijden. De laatste zes geboden, die gaan over het recht doen van mensen tegenover andere mensen, heeft Jezus samengevat in: "Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven." Daarmee bedoelde hij door je naaste werkelijk lief te hebben zoals jezelf, jij, je vader en moeder zou eren, geen doodslag zou plegen, geen overspel zou plegen, je niet zou stelen, geen valse getuigenis tegen je naaste zou uitspreken en je zeker niet de vrouw van je naaste zou begeren of zijn andere bezittingen. Jezus stelde geen enkel van de Tien Geboden terzijde; Hij bevestigde ze in feite geheel. Hij bevestigde ze eenvoudig in de twee samengevatte zinnen, één voor iedere onderverdeling van het geheel. Want toen Hij eraan toevoegde: "Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten" bedoelde Hij duidelijk dat deze twee onderdelen van de Tien Geboden de hele Wet en de profeten ondersteunen.

En natuurlijk doen ze dat. De andere twee delen van de Wet in de boeken van Mozes, de verordeningen en de veroordelingen zijn allen gebaseerd op en hangen samen met de oorspronkelijke tien. Ook de boodschappen van de profeten die tot Israël kwamen, waren gebaseerd op dezelfde Tien Geboden, want ze kwamen allen met die ene boodschap naar Israël: Gehoorzaam Gods Wetten!

Het is duidelijk dat velen in het christendom ertoe misleid zijn te denken dat Jezus in deze passage de oorspronkelijke Tien Geboden op een of andere manier ter zijde heeft geschoven, en in plaats daarvan een nieuwe esoterische wet heeft ingesteld, belichaamd in de uitspraak: "alles wat je moet doen is Jezus liefhebben, en jouw medemensen liefhebben" want dat is de som en inhoud van veel moderne preken. We horen zelden de roep van de oude profeten van Israël naar Zijn volk: "Bekeert u van uw boze wegen, Bekeert u van uw overtredingen, Bekeert u en gehoorzaam Gods Heilige Geboden."

In plaats daarvan horen we eindeloos aan hoe we Jezus lief moeten hebben, hoe we “met de geest gevuld” moeten zijn en hoe we alle zondaars: de boosaardigen en de ongerechten moeten liefhebben. Dit soort van moderne preken heeft velen voor de gek gehouden om te denken, dat als ze een soort van vage emotionele binding met Jezus Christus en met alle andere mensen bespeuren, dit genoeg is om Jezus Christus geboden te vervullen: "God lief te hebben en hun naaste als uzelven.” Er is hun niet verteld, noch zijn ze daar zelf achter gekomen dat, als ze Jezus werkelijk liefhebben ze Zijn geboden zouden gehoorzamen. Jezus zei in JOHANNES 14:15 "Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden." In 1 JOHANNES 2:3-4: "En hieraan kennen wij, dat wij Hem gekend hebben, zo wij Zijn geboden bewaren. Die daar zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet bewaart, die is een leugenaar, en in dien is de waarheid niet." Johannes schreef in 1 JOHANNES 5:3 “Want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren.” Dit lijkt te zeggen dat een belijdend christen, die claimt Jezus lief te hebben, maar die weigert Gods geboden te onderhouden, geen christen is. Daarom zouden christenen moeten weten dat als ze werkelijk hun naaste liefhebben, ze de goddelijke geboden moeten gehoorzamen die Hij heeft ingesteld voor hun relatie met hun naaste. Dat betekent dat ze hun vader en moeder moeten eren door voor ze te zorgen op oudere leeftijd en niet moeten verwachten dat hun buren belasting wordt opgelegd over hun arbeid om zo voor hen te zorgen via een stelsel van 'sociale zekerheid'. Het betekent dat ze hun naaste niet zullen doden, niet direct, noch door ze te vergiftigen met pesticiden, noch door ze te verbranden met straling, noch door verwaarlozing. Dit betekent dat ze niet van hem zullen stelen, noch door zich te "drukken" op hun werk als ze werknemer zijn, noch door lage lonen te betalen als ze werkgever zijn, noch door exorbitante prijzen voor hun handel als ze verkopen, noch door woekerrente op schulden, noch door een van de duizenden andere methoden van diefstal die tegenwoordig gebruikelijk zijn, waarbij iemand steelt van zijn naaste. Ze zouden natuurlijk niet over hem liegen, noch lasteren, geruchten te verspreiden, vals te getuigen, te mopperen of wat dan ook; en natuurlijk zullen zij hun naaste vrouw niet begeren, noch iets van zijn bezit. Dat laatste is vrij belangrijk, want tegenwoordig laten miljoenen christenen, die er niet over zouden denken zelf te stelen, diefstal toe, gedaan in hun naam. Hoe doen ze dat? Wel, door de door hun gekozen volksvertegenwoordigers toe te staan gedwongen geld van hun buren af te nemen die het hebben verdiend, om het te geven aan hen die het niet hebben verdiend. Bovendien keuren ze allerlei onderdrukkende en oneerlijke wetten goed, opgelegd aan hun naaste door rijks- ambtenaren, alles onder het mom iemand anders te helpen en te beschermen. Ze denken ten onrechte dat dit bewijs van liefde is. Ze realiseren zich niet dat hun foute begrip van “heb uw naaste lief” in feite hun naaste ernstige schade aan doet. Als ze hun relatie met hun naaste zouden baseren op de laatste zes geboden, Gods onfeilbaar concept van hoe we onze naaste lief moeten hebben, dan zouden ze hem in geen enkel opzicht schade aan doen. In plaats daarvan zouden ze hem goed doen. Als ze werkelijk hun naaste in waarheid liefhebben, veeleer dan met lege woorden, dan zouden ze hem niet alleen volgens deze goddelijke leringen behandelen, maar ze zouden bidden en ervoor werken dat sommige van deze goddelijke leringen de wet van hun land zouden mogen worden, zodat al hun naasten ervan zouden profiteren.

Nu realiseer ik me dat dit saai kan zijn voor sommigen van jullie - het is werkelijk niet romantisch - zeker alleen maar je naaste goed behandelen geeft niet zoveel emotionele voldoening als het sturen van $10 aan een onbekende wees in een ver land. Maar ik vraag me af hoe velen van ons zijn misleid door te denken dat ze een beetje goed kunnen doen voor iemand ver weg, en dat dit een excuus is voor het grote lijden dat we toestaan wat onze bijbelse naaste in ons eigen land betreft, door de verwaarlozing van Jezus’ geboden. Denk maar eens aan alle schade die we onze naaste aandoen door niet aan te dringen op de handhaving van Gods Wetten door onze eigen vertegenwoordigers. We staan verkrachters en moordenaars toe vrij rond te lopen, om onze naaste te verkrachten en te vermoorden. We staan elk jaar, moord door abortus op één miljoen kinderen van ons eigen volk toe, terwijl onze collega's uitroepen dat we de walvis moeten redden.

We verliezen ieder jaar nog eens een miljoen van onze eigen kinderen aan drugsdealers en aan alcohol verkopers terwijl we bidden vanaf onze kansels over het liefhebben van onze naaste. In de laatste jaren hebben we duizenden zonen van onze naaste de dood ingestuurd, en de verminking van honderdduizenden zonen van onze naaste in buitenlandse oorlogen veroorzaakt, zonder één keer uit te roepen: “Dit is in overtreding van Gods Heilige Wetten.” Als onze naaste liefhebben gelijk is aan het gehoorzamen van Gods wetten, kijk dan hoe we onze naaste niet liefhebben in de economische sfeer. Dankzij foute leer over Gods Wetten laten we het geldleners toe om woeker te rekenen, wat door God verboden is, en dan, terwijl misdadige geldleners onze naasten beroven van hun huizen, boerderijen en zaken, blijven we trouw en vertellen iedereen hoeveel we Jezus liefhebben, en ja, we beweren met nadruk, dat we onze naaste liefhebben. Paulus schreef in 1 TIMÓTHEÜS 5:8: "Doch zo iemand de zijnen, en voornamelijk zijn huisgenoten, (haar eigen verwanten) niet verzorgt, die heeft het geloof verloochend, en is erger dan een ongelovige." Niet zo slecht als een ongelovige, maar erger. Door onze moedwillige overtreding van Gods Heilige Wetten, zorgen we niet voor veiligheid en bescherming van onze eigen verwanten, onze eigen naasten.

Ondanks onze betuiging van geloof in Jezus Christus, bewijzen onze daden dat onze woorden leeg zijn en geen betekenis hebben. We zijn slechter dan ongelovigen die tenminste een poging doen om voor zichzelf te zorgen. Ja, het is makkelijk te zien hoe foutieve en misleidende leer over liefde de echte waarheid kan verbergen, dat de gehoorzaamheid aan Gods Heilige Wetten het fundament is voor alle rechtvaardige menselijke betrekkingen inclusief het liefhebben van je naaste zoals jezelf. Ik had gepland om Jezus eigen woorden in het Nieuwe Testament te volgen om duidelijk te maken, dat je naaste niet zomaar iemand is, en zeker niet iedereen, maar daar hebben we het later over.

Als we misleid zijn door de foute leer over wie onze broeder is, over hoe we onze naaste moeten liefhebben, moeten we misschien ook iets leren over het liefhebben van onze vijanden. Misschien kunnen we dat gebod zelfs overeenstemmen met Johannes’ eigen woorden in 2. JOHANNES: "Indien iemand tot ulieden komt, en deze leer niet brengt, ontvangt hem niet in uw huis en zegt tot hem niet: Zijt gegroet. Want die tot hem zegt: Zijt gegroet, die heeft gemeenschap aan zijn boze werken" (2 JOHANNES 10,11). En zelfs met die van koning David, die schreef in PSALM 139: "Zou ik niet haten, Heere! die U haten?... Ik haat hen met volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij" (PSALM 139:21-22).

Vijanden liefhebben

Je kunt geen enkele passage in de schrift vinden die christenen beveelt om een ieder met de term broeder of broeders te benoemen, behalve bloedverwanten of onze mede christenen. De zogenaamde “broederschap der mensen” is geen Bijbelse leer; het is een doctrine van diegenen die het Christendom wilden vernietigen door het te verdunnen met andere religies, door christenen te bederven met heidense religies en door puur christelijk educatie te verwoesten en uiteindelijk het christelijk bestuur te vernietigen door humanisme en menselijke wetten in te brengen, in plaats van geloof in Jezus Christus en Gods wetten.

Eerder heb ik passages gelezen die bevestigen dat we onze naaste moeten liefhebben zoals onszelf, en we zagen dat dit zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament een gebod was. We zijn er ook achter gekomen dat het gebod "uw naaste liefhebben als uzelven," een samenvatting was van de laatste zes van de oorspronkelijke Tien Geboden, die gaan over de relatie met onze medemens. Jezus vatte de eerste vier samen, die Israël geboden om slechts één God te hebben in de zin: "Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand" (MATTHÉÜS 22:37). Daarna, toen Hij zei dat het tweede gebod was: "Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven," somde Hij de laatste zes geboden van de oorspronkelijke Tien op, diegenen die de juiste relatie tussen mensen vastleggen. Om onze naaste werkelijk lief te hebben moeten we hem niet doden; moeten we geen overspel plegen; moeten we niet van hem stelen; moeten we geen valse getuigenis tegen hem geven; wat betekent dat we niet over hem moeten liegen , we moeten noch zijn vrouw, noch zijn bezittingen begeren, en natuurlijk moeten we onze eigen vader en moeder eren, voor ons eigen bestwil en zo dat ze niet een last voor onze naaste worden. Als we al deze geboden zouden gehoorzamen, zouden we onze naaste geen kwaad doen. We zouden "hem liefhebben als onszelf" .

Om dit Bijbelse principe verder te bewijzen zal ik een paar passages uit het Nieuwe Testament lezen over het vervullen van de Wet. Sommige “anti-Wet” predikers halen deze aan en proberen te bewijzen dat vervullen van de Wet betekent deze te beëindigen. Voordat we teruggaan naar het woord “naaste” wil ik een paar verzen uit de Bijbelse Wet lezen over de doodstraf. "Wie iemand slaat, dat hij sterft, die zal zekerlijk gedood worden" (ÉXODUS 21:12). Hier is de Wet voor degenen die kidnappen voor losgeld: "Verder, zo wie een mens steelt, hetzij dat hij dien verkocht heeft, of dat hij in zijn hand gevonden wordt, die zal zekerlijk gedood worden" (ÉXODUS 21:16). God verbiedt een boete, gevangenneming of betaling van schadeloosstelling om een moordenaar te bevrijden van de dood: "En gij zult geen vezoening voor de ziel des doodslagers die schuldig is te sterven; want hij zal zekerlijk gedood worden." Dat is NUMERI 35:31. Het gebod, “geen verzoening nemen”, verwees naar de gewoonte onder de heidenen dat een moordenaar een geldbedrag kon betalen aan de familieleden van de slachtoffers en dan vrijkwam. God staat Zijn volk niet toe deel te hebben aan zulke verschrikkelijke praktijken, maar beveelt dat moordenaars worden geëxecuteerd. In DEUTERONOMIUM 19 vertelt God ons, dat het welzijn van ons als volk het vereist, dat moordenaars ter dood gebracht worden: "Uw oog zal hem niet verschonen; maar gij zult het bloed des onschuldigen uit Israël wegdoen, dat het u welga" (DEUTERONOMIUM 19:13).

Is het niet mogelijk dat de veelheid van onze nationale problemen over ons kwam vanwege onze weigering om deze en andere geboden van onze Almachtige God te gehoorzamen? In het verleden executeerden alle christelijke naties moordenaars. Nu zijn we zo aangetast door verkeerde doctrines, dat onze naties niet èèn van Gods Wetten meer gehoorzamen. En zo ondervinden wij de consequentie van ongehoorzaamheid.

Goed, terug naar het Nieuwe Testament. Eerst zal ik ROMEINEN 13:9 en JAKOBUS 2:8 lezen, die soms worden gebruikt om te leren dat de hele Wet die christenen moeten gehoorzamen eenvoudig het liefhebben van alle andere mensen is. "Zijt niemand iets schuldig dan elkander lief te hebben; want die den ander liefheeft, die heeft de wet vervuld" (ROMEINEN 13:8). "Indien gij dan de koninklijke wet volbrengt, naar de schrift: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven, zo doet gij wel"  (JAKOBUS 2:8). Alleen dit schijnt te zeggen dat alles wat christenen moeten doen is een soort emotionele binding met hun naaste hebben, enige naastenliefde, en dat ze dan alles gedaan hebben wat Gods Wet vereist. Maar, laten we deze verzen lezen met de daarmee samenhangende verzen en we zullen zien dat er en heel andere mening ontstaat . "Zijt niemand iets schuldig dan elkander lief te hebben; Want die den ander liefheeft, die heeft de wet vervuld" (ROMEINEN 13:8). Dit was echter niet het einde van deze gedachte: "Want dit: Gij zult geen overspel doen, gij zult niet doden, gij zult niet stelen, gij zult geen valse getuigenis geven, gij zult niet begeren: en zo er enig ander gebod is, wordt in dit woord als in een hoofdsom begrepen, namelijk in dit: Gij zult uw naaste liefhebben gelijk uzelven" (ROMEINEN 13:9).

Als je beide verzen leest is het makkelijk te begrijpen dat Paulus zei: "hij die de ander liefheeft vervult de Wet door te gehoorzamen", en dan noemt hij op, wat de christenen moeten gehoorzamen = de Wet. Dat is wat de frase “Want dit” betekent: Het kan worden weergegeven als: Om dit liefhebben van je naaste te doen, zult gij geen overspel plegen, zult gij niet doden, zult gij niet stelen enzovoort. Met andere woorden: Gij zult de wet gehoorzamen.

Dat is wat we al eerder ontdekten. Gehoorzamen van de geboden van God tegenover je naaste was de handeling, die jouw christelijke liefde bewees. Als je er aanspraak op maakte hem lief te hebben, hem daarna materieel misbruikte door van hem te stelen, of zijn eigendommen te begeren, of anderen toe te staan dit te doen in ongehoorzaamheid aan Gods Wet, dan zou dat helemaal geen naastenliefde zijn. Daarom lezen we: "Indien er nu een broeder of zuster naakt zouden zijn, en gebrek zouden hebben aan dagelijks voedsel; En iemand van u tot hen zou zeggen: Gaat henen in vrede, wordt warm en wordt verzadigd; en gijlieden zoudt hun niet geven de noodruftigheden des lichaams, wat nuttigheid is dat? Alzo ook het geloof, indien het de werken niet heeft, is bij zichzelven dood" (JAKOBUS 2:15-17). Hetzelfde is waar voor liefde. De woorden van Paulus en Jakobus samengenomen: “Als je zegt dat je, je naaste lief hebt maar noch goed voor hem doet, noch nalaat hem kwaad te doen, wat zal het baten? Evenzo, naastenliefde, indien zonder werken, is dood.”

Laat mij hier een vraag invoegen. Wat denk je dat een werkelijke manifestatie van broederliefde is? Om moordenaars, verkrachters, en kinderlokkers het leven te sparen, zodat ze verwoesting teweeg kunnen brengen onder onze naasten en hun kinderen, of zouden we meer werkelijke christelijke liefde tonen tegenover onze buren als wij moordenaars, verkrachters en kindermisbruikers ter dood brengen en onze naasten van hen redden? Te zeggen dat we onze naasten liefhebben, en dan deze liefde over te brengen op degenen die onze naasten vernietigen is geen christelijke liefde. Het is krankzinnigheid.

God veroordeelt zulke dwaasheid als Hij tot een rebeleerend volk zegt: "En zult gij Mij ontheiligen bij Mijn volk, voor handvollen van gerst, en voor stukken broods, om zielen te doden, die niet zouden sterven, en om zielen in het leven te behouden, die niet zouden leven, door uw liegen tot Mijn volk, dat de leugen hoort?" (EZECHIËL 13:19).

God zegt dat als Israël diegenen in leven houdt, die zouden moeten sterven, en daardoor de dood veroorzaakt van mensen die zouden moeten blijven leven, die ontheiligen God onder Zijn mensen. Wat een aanklacht jegens ongehoorzaamheid! Juist deze ongehoorzaamheid spreiden we tentoon onder de valse vlag van “We moeten iedereen liefhebben, zelfs deze criminelen die onze naaste en zijn kinderen vernietigen". Wij hebben de vijanden van onze naaste meer liefgehad dan onze naaste. Terug naar RROMEINEN 13, nadat Paulus heeft gezegd dat we de geboden moeten gehoorzamen als bewijs dat we onze naaste liefhebben, sluit hij af met de gedachte: "De liefde doet den naaste geen kwaad; Zo is dan de liefde de vervulling der wet" (ROMEINEN 13:10). Om dit weer duidelijk te maken, kunnen we die zin als volgt weergeven; "Liefde doet geen kwaad voor zijn naaste, want liefde doet de Wet." Welke wet? De wet die Paulus opnoemde in het vorige vers = de geboden.

Nu leert pastor Emry niet verlossing door de Wet te gehoorzamen. Verlossing komt niet door gehoorzaamheid aan de Wet. Het kwam nooit door gehoorzaamheid aan de Wet in het Oude Testament. Abraham en al de Israëlitische vaders zijn behouden door geloof, door God te geloven, niet door hun gehoorzaamheid. Verlosssing zal in de toekomst niet komen door gehoorzaamheid aan de Wet. Verlossing is een kostenloze gift van God. Door genade en niet door werken. Waar we hier over praten is niet onze verlossing, maar onze goede relatie in dit leven met wat onze naaste en onze broeder wordt genoemd. Dat komt van een ding, van gehoorzaamheid aan de voorschriften voor relaties, die Gods Wet genoemd wordt. Hier nog meer bewijs dat vervullen, gehoorzamen is. Jezus zei: "Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen" (MATTHÉÜS 5:17). Daar Hij ontkende dat Hij gekomen was om de Wet te beëindigen of te ontbinden, moet Hij bedoeld hebben, dat Hij kwam om de wet te doen, om haar te gehoorzamen. En we weten dat Hij haar gehoorzaamde omdat Jezus zonder zonden was. Aangezien zonde overtreding van de Wet is, betekent dat, dat Jezus de Wet niet overtreden heeft. In plaats daarvan deed hij de Wet. Hij gehoorzaamde haar. Hij Vervulde de Wet.

Terug naar ROMEINEN 13, Paulus besluit dat hoofdstuk met deze vermaning: "Maar doet aan den Heere Jezus Christus, en verzorgt het vlees niet tot begeerlijkheden" (ROMEINEN 13:14). Je kunt het woord “doen” in de laatste zin gebruiken, dan staat er te lezen, "Wijdt geen zorg aan het vlees, om de begeerten ervan (te doen)." Dit zou de ware betekenis weergeven Je kunt het woord “doen” vervangen door “vervullen”, en “gedaan” door “vervuld”. Hier zijn nog een paar voorbeelden: "En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheden des vleses niet" (GALATEN 5:16). "Wandelt door den Geest en (doet) de begeerlijkheden des vleses niet." "Draagt elkanders lasten, en vervult alzo de wet van Christus" (GALATEN 6:2). "Draagt elkanders lasten alzo zult gij de wet van Christus (doen)." "En dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen van den Heere gesproken is, door den profeet, zeggende ..." (MATTHÉÜS 1:22), enzovoort. De vertalers gebruikten het woord “vervuld” voor het woord “gedaan”. Bijvoorbeeld: "opdat vervuld zou worden hetgeen van den Heere gesproken is..."; op dezelfde manier, "... opdat gedaan zou worden hetgeen den Heere door den profeet gesproken heeft, ..." (MATTHÉÜS 2:15) "Opdat vervuld (of gedaan) zou worden, hetgeen gesproken werd door de profeet Jesaja ..." (MATTHÉÜS 8:17).

Er zijn 35 andere passages in het Nieuwe Testament waar het woord “gedaan” kan worden vervangen door “vervuld”. Je zou ze moeten lezen. Ik ben dit punt aan het doorwerken om er zeker van te zijn dat je het begrijpt. Als je leest dat iemand de Wet heeft vervuld betekent dit niet dat hij de Wet beëindigd heeft.

Het betekent gewoon, dat hij de Wet heeft gedaan, hij heeft de Wet gehoorzaamd. Als je dat begrijpt, dan zul je als je Paulus leest in Romeinen 13, waar hij schreef, "Zo is dan de liefde de vervulling der wet" (ROMEINEN 13:10), weten dat hij zeker, absoluut, onvoorwaardelijk en positief zei: “Liefde is het doen of gehoorzamen van Gods Wet.” Als je dat in gedachten neemt, als de een of andere modernist, liberale theoloog of antichristelijke universiteitsprofessor langskomt en zegt: “Alles wat christenen moeten doen is liefhebben, liefhebben, liefhebben,” of zegt: “Christenen hoeven Gods Wet niet te gehoorzamen, al wat ze moeten doen is liefhebben,” dan weet je dat deze man een bedrieger is. Je weet dat ware christelijke liefde het doen of gehoorzamen van Gods Wet is. Zoek de woorden “vervullen” en “vervuld” op, en lees al deze passages - geloof me niet op mijn woord. Dit is genoeg over het doen of gehoorzamen van Gods Wet als het werkelijke liefhebben van onze naaste zoals onszelf – nu bekijken we wie onze 'naaste' is.

We hebben gezien dat Gods Wet vereist, dat we degenen die onze naaste en de kinderen van onze naaste vermoorden, ter dood moeten brengen, anders onthouden we onze naaste onze liefde. Daarom kunnen de moordenaars nauwelijks onze schriftelijke naasten zijn, nietwaar? Wie is onze naaste volgens de Bijbel? Ga naar LUKAS 10; waar het verhaal van de barmhartige Samaritaan wordt verteld door Jezus Christus, juist om die vraag te beantwoorden. De wetgeleerde vroeg Jezus in vers 29; "En wie is mijn naaste?" Hier is het antwoord van Jezus: "En Jezus antwoordende, zeide: Een zeker mens kwam af van Jeruzalem naar Jericho, en viel onder de moordenaars, welke, hem ook uitgetogen, en daartoe zware slagen gegeven hebbende, heengingen, en lieten hem half dood liggen. En bijgeval kwam een zeker een priester dien weg af, en hem ziende, ging hij tegenover hem voorbij. En desgelijks ook een Leviet, als hij was bij die plaats, kwam hij, en zag hem, en ging tegenover hem voorbij. Maar een zeker Samaritaan, reizende, kwam omtrent hem, en hem ziende, werd hij met innerlijke ontferming bewogen. En hij, tot hem gaande, verbond zijn wonden, gietende daarin olie en wijn; en hem heffende op zijn eigen beest, voerde hem in de herberg en verzorgde hem. En des anderen daags weggaande, langde hij twee penningen uit, en gaf ze den waard, en zeide tot hem: Draag zorg voor hem; en zo wat gij meer aan hem ten koste zult leggen, dat zal ik u wedergeven, als ik wederkom" (LUKAS 10:30-35). Dat is het eind van het verhaal. Dan vraagt Jezus: "Wie dan van deze drie dunkt u, de naaste geweest te zijn desgenen, die onder de moordenaars gevallen was? En hij zeide: Die barmhartigheid aan hem gedaan heeft. Zo zeide dan Jezus tot hem: Ga heen, en doe gij desgelijks" (LUKAS 10:36-37).

Jezus bevestigde zijn antwoord. Maar als iedereen onze naaste is, zouden dan niet alle mensen in het verhaal de naasten zijn van de gewonde man? Ja, maar je ziet, niet iedereen is onze naaste. Jezus rekende de dieven niet eens mee in Zijn vraag, toch waren zij waarschijnlijk bewoners uit de omgeving. Kijk wie de andere waren die van deze definitie werden uitgesloten: een priester en een Leviet. Hun positie in de gemeenschap zou hen toch zeker bijbelse naasten maken? Nee, alleen die de gewonde man hulp verleende, degene die Gods Wet gehoorzaamde, was een naaste.

Je hebt waarschijnlijk ouders of oudere mensen de term “naaste” in deze ware betekenis horen gebruiken. Ze zullen van een goed persoon zeggen: "hij is zeker vriendelijk", (neighbourly vert. Eng.) of "hij is een goede buur". Ze kunnen klagen over een nabije onvriendelijke bewoner dat hij of zij niet erg behulpzaam is. Ze bedoelden niet dat hij ver weg woonde; ze bedoelden dat hij niet als een christen was in zijn handelingen en opvattingen: ze erkenden hem niet als een naaste. Ze gebruikten de uitdrukking juist, overeenkomstig met Jezus. Dat het woord “naaste”, zoals gebruikt door Jezus voor de Samaritaan, alleen betrekking heeft op zijn karakter en handelen, en niet op zijn woonplaats, blijkt duidelijk uit het verhaal. Dat vertelt dat de Samaritaan op reis was, en hij was zover van huis, dat hij de gewonde man naar een plaatselijke herberg moest brengen om voor hem te zorgen, en hem dan bij de waard moest achterlaten. Klaarblijkelijk woonde de Samaritaan niet dichtbij, maar hij was de enige die “naaste” genoemd werd. Het woord “naaste”, evenals het woord “broeder” wordt alleen gebruikt voor degenen met een goed karakter, met christelijke daden, degenen met een goddelijke relatie tot degenen die in nood zijn. We kunnen moordenaars, dieven ongehoorzame priesters en Levieten niet onze naasten noemen. En omdat christenen alleen bevolen zijn hun naasten lief te hebben, hebben noch Jezus, noch de discipelen ooit christenen bevolen de bozen en de goddeloze lief te hebben.

En iemand zal zeker vragen: “Maar pastor Emry, wat dan met Matthéüs 5? De ander wang toekeren; je mantel geven als iemand je hemd wil nemen; en twee mijl gaan met iemand als hij je dwingt voor één mijl?” Een man op de wang slaan is geen dodelijke aanval met de bedoeling te verminken of te moorden. Het was in plaats daarvan een gebruikelijke manier van de ene man om zijn eer te claimen tegenover een andere die hem had beledigd of onrecht had aangedaan. Degene die geslagen werd, was degene die de oorspronkelijke overtreding had begaan. Jezus vertelde Zijn volgelingen: Als je iemand verkeerd had gedaan en hij beschuldigd jou door je op de wang te slaan, reageer niet met een uitnodiging tot een duel, zoals de heidenen doen, maar draai je om en erken je overtreding. Als je voor het gerecht werd gedaagd en je mantel verloor, dan was jij klaarblijkelijk degene die fout was. Jezus vertelde zijn volgelingen: Als jij wettelijk iemand anders iets schuldig bent, betaal hem meer dan het verschuldigde, betaal meer dan de wet vraagt. Heeft iemand je verplicht een mijl te gaan? Het kon toen gebeurd zijn, omdat het de Romeinse wet was dat iedere Romeinse soldaat een burger kon verplichten zijn bagage te dragen tot maximaal een mijl. Opnieuw, wat was de instructie hier? Eenvoudig dit: Christen, jij doet meer dan je gevraagd wordt te doen. Jij gaat die extra mijl, Jezus vertelde zijn volgelingen: Jij doet meer goed dan de ongelovige.

Geen van deze zijn gevallen van dodelijk gevaar, beroving of lichamelijke vervolging. Jezus beveelt ons niet om iedere aanval op onze persoon en gezin zonder weerstand te accepteren. Daarover gaat Matthéüs 5 helemaal niet. De tragedie is, dat zoveel foute leraren onder ons proberen om deze passages te gebruiken om christenen tot pacifisten en deurmatten te maken. Daardoor verhinderen ze de christenen om de anti-christenen en de moordenaars onder ons te stoppen.

Ze misleiden ons ertoe te geloven dat Jezus ons verteld heeft dat we niet alleen de boze moeten liefhebben, maar dat we zijn boosaardig handelen niet moeten weerstaan. Jezus heeft niets van dien aard gedaan. Jezus heeft christenen niet bevolen de boze lief te hebben Zeker toen de christenen werd verteld in 2. Korinthe 6: “geen ander juk aan te trekken met ongelovigen, geen mededeel te hebben met de ongerechtigheid, en uit hun midden weg te gaan en niet vast te houden aan het onreine”, hadden we beter moeten weten dan het accepteren van de foute filosofie dat Jezus Zelf ons bevolen heeft om de boze lief te hebben, te vergeven, te beschermen en te verdedigen. Nee! Christus beveelt christenen hun zusters, broeders, hun naasten en mede christenen lief te hebben, te vergeven, te beschermen en te verdedigen. Onze voorouders gehoorzaamden Christus hierin. Moge God ons helpen hetzelfde te doen!

Bron: Pastor Sheldon Emry, America's Promise Ministries, PO Box 157, Sandpoint ID 83864, USA
email: amprom@nidlink.com